Onderzoek

Onderzoek

1. (0 downloads)

2. Onderzoek naar Shared Decision Making

Shared Decision Making is voor ambulante psychiatrische patiënt te optimaliseren als psychiater het spreekuur anders inricht
Uit review studies blijkt dat ook ambulante patiënten met ernstige psychiatrische stoornissen over het algemeen informatie over en actieve betrokkenheid bij hun eigen behandeling willen. Bij shared decision making komt de expertise van de psychiater en die van de patiënt over zijn eigen doelen en voorkeuren bij elkaar. In deze Amerikaanse studie worden de structurele barrières tov een goede afstemming tussen psychiater en patiënt op een rij gezeten worden concrete voorstellen gedaan om de korte tijd die voor een spreekuur wordt uitgetrokken zo optimaal mogelijk te benutten. De auteurs stellen voor om de contacttijd tussen de psychiater en de patiënt alleen te besteden aan zaken waar de unieke expertise van de psychiater noodzakelijk voor is. Andere taken kunnen door verpleegkundigen e.d. worden overgenomen. De communicatie tussen beiden kan worden verbeterd door bijv. het inzetten van meer uitnodigende gesprekstechnieken zodat de patiënt een betere kans krijgt zijn/haar wensen te formuleren. Een derde verbetering kan liggen in het beschikbaar stellen van relevante evidence-based informatie die de patiënt vóór het gesprek met de psychiater kan raadplegen.
Torrey WC & Drake RE (2010). Practicing Shared Decision Making in the Outpatient Psychiatric Care of Adults with Severe Mental Illnesses: Redesigning Care for the Future – Community Mental Health Journal 46 (5), 433-440
Trefwoord: Shared Decision Making

Shared Decision Making moet het uitgangspunt worden in de GGz
Dit themagedeelte bestaat uit vijf Amerikaanse artikelen. In het eerste artikel van Drake wordt de ontwikkeling van het concept Shared Decision Making beschreven: conceptueel ligt shared decision making in tussen de traditionele paternalistische manier om met medische vraagstukken om te gaan en de cliënt-autonome manier om beslissingen over de eigen behandeling te nemen. Bij shared decision making staat de gelijkwaardige dialoog tussen behandelaar en cliënt centraal. Op de eerste plaats is het een ethische verplichting van de sector. In het artikel van Curtis wordt aan de hand van een literatuur review een overzicht gegeven van technologische hulpmiddelen die in de somatische zorg worden gebruikt voor shared decision making en die kunnen worden gebruikt in de GGz, zoals een tool die patiënten kan helpen om bij een psychose besluiten te nemen. Het artikel van Deegan beschrijft een op het internet gebaseerde applicatie (CommonGround) die gebruikt kan worden bij het structureren van besluiten in het behandelingsplan van personen met een psychiatrische stoornis. CommonGround ondersteunt herstel en shared decision making bij het voorschrijven van medicatie. Het artikel van Woltman en Whitley geeft inzicht in wat de cliënten zelf denken over shared decision making in de GGz: voor hen blijkt de relatie met de hulpverlener belangrijker te zijn dan zoveel mogelijk informatie te verzamelen en af te wegen. Ze vinden het vaak moeilijk om voor hun eigen voorkeuren op te komen. In het artikel van Andrews wordt de ontwikkeling en de bruikbaarheid van de Darthmouth Decision Support Software beschreven, een online tool vooronderzoekers die technologie die het shared decision making proces ondersteunen bestuderen.
Drake RE, Deegan PE, Rapp C et al (2010). Shared Decision Making in Mental Health (Special Section). Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (1), 7-41
Trefwoord: Shared Decision Making

Duitse psychiaters staan ambivalent tegenover Shared Decision Making
Globaal zijn er drie stijlen waarop binnen een arts-patiënt relatie beslissingen worden genomen: 1. De paternalistische benadering: arts beslist. 2. Shared Decision Making: samen tot een besluit komen. 3. Informed choice: patiënt beslist. In deze Duitse studie werd onderzocht hoe psychiaters (N=350) staan tov Shared Decision Making bij hun schizofrene patiënten. Het blijkt dat de helft van de ondervraagde psychiaters regelmatig Shared Decision Making toepast, maar de keuze hiervoor is duidelijk afgestemd op de toestand van individuele patiënt en het onderwerp waarover beslist moet worden. Shared Decision Making wordt als nuttig gezien als het gaat om goed geïnformeerde en volgzame patiënten die een afkeer van hun antipscychotica hebben. Psychosociale aangelegenheden worden meer geschikt geacht voor Shared Decision Making dan medische of juridische zaken, zoals opname, keuze van antipsychotica ed.
Hamann, J., Mendel, R., Cohen, R., Heres, S., Ziegler, M., Bühner, M. & Kissling, W. (2009). Psychiatrists’ Use of Shared Decision Making in the Treatment of Schizophrenia: Patient Characteristics and Decision Topics. Psychiatric Services 60 (8), 1107-1112
Trefwoord: Shared Decision Making

Speciaal computerprogramma kan ondersteuning bieden bij het proces van Shared Decision Making
In dit artikel worden de voorlopige resultaten beschreven van een interventie die shared decision making bij psychofarmacologische consultaties kan verbeteren. Een wachtkamer van een psychiatrische kliniek werd omgebouwd tot een door consumers geleid Decision Support Center (DSC). Eén van de hulpmiddelen is een speciaal software programma waarbij de cliënt kan aangeven hij hij/zij tegen het eigen medicijngebruik aankijkt. Er kan een rapport worden uitgedraaid dat een ingang biedt in het gesprek met de hulpverlener. Het lijkt erop dat de cliënten (N=189) door het DSC meer betrokken raken bij besluiten omtrent hun eigen behandeling. Deegan, P.E., Rapp, C., Holter, M. & Reifer, M (2008). A program to support shared decision making in an outpatient psychiatric medication clinic. Psychiatric Services 59 (6), 603-605. Trefwoord: Shared-Decision-Making

Shared-Decision-Making is het nieuw paradigma voor de arts-patiënt relatie
Pleidooi voor het toepassen van het nieuwe paradigma van ‘shared decision making’ bij het proces waarin mensen met een psychiatrische stoornis moeten leren omgaan met medicatie. Volgens de auteurs is het begrip ‘compliance’ (therapietrouw) geworteld in het medisch paternalisme en niet meer van deze tijd. In het kader van de recovery-aanpak gaan de hulpverlener en de cliënt samen op zoek naar welke therapie het beste bij de specifieke cliënt past. De hulpverlener brengt zijn expertise in (wetenschappelijk kennis en klinische ervaring) en de cliënt zijn voorkeuren en subjectieve ervaringen.
Deegan, P.E. & Drake, R.E. (2006). Shared decision making and medication management in the recovery process. Psychiatric Services 57 (11), 1636-39.
Trefwoord: Shared-Decision-Making

Shared-Decision-Making programma leidt tot meer betrokkenheid bij eigen behandeling bij patiënten met schizofrenie
In deze RCT wordt het effect van een Shared Decision Making (SDM) programma (N=49) vergeleken met die van een normale behandeling (N=58). Het blijkt dat een SDM-interventie voor een grote groep acute patiënten met schizofrenie haalbaar is. Verder heeft de SDM-groep meer kennis van zijn ziekte en voelt men zich significant meer betrokken bij de medische besluiten in hun behandeling. Dit effect neemt na verloop van tijd wel af. Een deel van de psychiaters laat zijn behandelbeslissing beïnvloeden door de uitwisseling met de patiënt.
Hamann, J., Langer, B., Winkler, V., Busch, R., Cohen, R. & Leucht, S. (2006). Shared decision making for inpatients with schizophrenia. Acta Psychiatrica Scandinavica (114) 4, 265-273.
Trefwoord: Shared-Decision-Making

3. ACT en FACT publicaties:

2011

Deelnemers aan Assertive Community Treatment (ACT) ervaren geen dwang en negatieve druk van hulpverleners
Sommigen beweren dat de uitgangspunten en de praktijk van ACT zo dwingend zijn dat die het herstel en een toename van empowerment in de weg staan. In deze Amerikaanse studie werd aan groep cliënten (n=65) met schizofrenie of een schizo-affectieve stoornis die gemiddeld 17 jaar aan een ACT-programma deelnamen met behulp van vragenlijsten onderzocht in hoeverre zij dwang van de ACT-staf ervaren. Gebruikt werden een speciaal voor deze studie ontworpen vragenlijst, de Perceptions of Mental Health Services Questionnaire (PMHSQ), en de Empowerment Scale (ES), de Quality of Life Questionnaire (QLQ) en de Working Alliance Inventory-Short Form (WAI-S). Uit de scores komt duidelijk naar voren dat de deelnemers weinig dwang ervaren en de ACT-hulpverleners niet als restrictief, maar eerder als stimulerend ervaren. Er zijn wel verbanden tussen een hogere ervaren dwang en een minder hoog ervaren levenskwaliteit en lagere gevoelens van empowerment.
Tschopp MK, Berven NL & Chan F (2011). Consumer Perceptions of Assertive Community Treatment Interventions. Community Mental Health Journal 47 (4), 408-414Trefwoord: ACT en FACT

Personen die naast ACT ook een Illness Management and Recovery (IMR) programma volgen worden significant minder vaak opgenomen
In deze Amerikaanse retrospectieve cohort studie werd bekeken of het volgen van het IMR-programma door psychiatrische patiënten (N=498) die door Assertive Community Treatment (ACT) teams worden behandeld, invloed heeft op hun gebruik van GGZ-voorzieningen. Bij IMR krijgen de cliënten evidence-based technieken aangeleerd ter verbetering van zelfmanagement en het behalen van eigen hersteldoelen. Het IMR-curriculum bestaat uit één sessie per week over een periode van tien maanden. Van de 498 ACT-cliënten volgden er 144 IMR (=29%). Hiervan doorliep 47% het hele curriculum. Na twee jaar bleek dat de groep die IMR had gevolgd 50% minder opnamedagen had dan de groep die geen IMR had gevolgd. Tussen beide groepen was er echter geen verschil in bezoeken aan crisisopvang voorzieningen. Het lijkt erop dat IMR leert de cliënten effectiever met hun ziekte om te gaan. Er zijn aanwijzingen dat IMR minder aanslaat bij ethnische minderheden, jongeren en lager geschoolden.
Salyers MP, Rollins AL, Clendenning D, McGuire AB & Kim E (2011). Impact of Illness Management and Recovery Programs on Hospital and Emergency Room Use by Medicaid Enrollees. Psychiatric Services 62 (5), 509-515.
Trefwoord: ACT en FACT

2010

Bij ACT-teams is er weinig verband tussen een modelgetrouwe uitvoering van ACT en het handelen volgens herstel georiënteerde uitgangspunten
Assertive Community Treatment (ACT) heeft twee uiteenlopende doelen: 1. het algemene belang dienen –b.v. door minder opnames na te streven- wat tot dwang kan leiden en 2. personen met een ernstige psychische stoornis optimaal aan de samenleving laten deelnemen, wat direct aansluit bij herstel doelen. In deze Canadese studie wordt gekeken of er een relatie is tussen modelgetrouwe uitvoering van ACT en op herstel gerichte hulpverlening. Recovery werd gemeten met de Recovery Self-Assessment (RSA) schaal bij 1400 cliënten, 241 familieleden , 518 hulpverleners en 67 managers. De modelgetrouwheid werd bij 67 teams met de Darthmouth Assertive Community Treatnment Scale (DACTS) vastgesteld. Het blijkt dat er geen verband is tussen DACTS scores (=modelgetrouwheid) en door cliënten en familie ervaren op herstel gerichte ACT-diensten. Echter: de cliënten ervoeren over het algemeen geen dwang. De auteurs denken dat een andere invulling van het ACT-proces tot een nauwere aansluiting van ACT-praktijk bij recovery doelen kan leiden.
Kidd SA, George L, O’Connell M, Sylvestre J Kirkpatrick H, Browne G & Thabane L (2010). Fidelity and Recovery-Orientation in Assertive Community Treatment. Community Mental Health Journal 46 (4), 342-350
Trefwoord: ACT en FACT

Assertive community treatment (ACT)-teams in Engeland zijn er volgens managers goed in om contact te houden met moeilijke cliënten
In het VK wordt sinds 1999 de vorming van ACT-teams door het Ministerie van Gezondheid gestimuleerd. Tot nu toe is de effectiviteit van het Amerikaanse ACT-model in Europa nog niet aangetoond. Het wordt aanbevolen om ACT-teams multidisciplinair (psychiater, psycholoog, SPV, sociaal werker e.d.) samen te stellen. Het primaire doel van het outreachende ACT is het verminderen van ziekenhuis opnames van ernstige psychiatrische patiënten die (vaak) moeilijker te bereiken zijn. In dit kwalitatieve onderzoek hebben 104 ACT-teammanagers vragen beantwoord over de doelen van hun ACT-team en over hun visie op de effectiviteit van ACT en de belangrijkste interventies. Het blijkt dat 36% van de teams geen psychiater in dienst heeft, 48% heeft geen psycholoog en slechts 18% heeft eigen bedden. Volgens de teamleiders zijn de belangrijkste soorten interventies van ACT-teams: cliënt bij behandeling betrokken houden (engagement) en de cliënt helpen bij financiële en huisvestingsproblemen. Dit zijn geen evidence-based interventies waarvoor psychiaters of psychologen nodig zijn. De meeste teamleiders melden positieve klinische uitkomsten, maar hebben hiervoor geen harde bewijzen. Om de bezuinigingen te overleven zullen de Britse ACT-teams hun engagement met hun cliënten moeten gebruiken om bewezen effectieve interventies te gaan aanbieden.
Ghosh R & Killaspy H (2010). A national survey of assertive community treatment services in England. Journal of Mental Health 19 (6), 500–508.
Trefwoord: ACT en FACT

Implementatie van Illness Management and Recovery (IMR) programma binnen ACT stimuleert recovery en leidt tot minder opnames
Hoewel Assertive Community Treatment (ACT) bewezen effectief is op een aantal indicatoren, zijn vele cliënten in de GGz ervan overtuigd dat ACT niet empowerment en zelfbeschikking bij cliënten stimuleert. In deze Amerikaanse studie kreeg één groep ACT-cliënten (N=183) naast ACT óók een Illness Management and Support (IMR) training door een ervaringsdeskundige specialist aangeboden, de controlegroep (N=141) alleen ACT. Na twee jaar bleek 26% van de interventiegroep (ACT + IMR) aan IMR-sessies te hebben deelgenomen en slechts 4% had het hele programma afgemaakt. Toch kan worden vastgesteld dat de deelnemers aan het ACT+IMR programma over een periode van twee jaar significant minder opnames hadden. Voor de uitkomsten zelf-management, hoop en tevredenheid was er weinig verschil tussen beide groepen. Wel bleek dat ervaringsdeskundige IMR-specialisten konden meedraaien in een professioneel ACT-team.
Salyers MP, McGuire AB, Rollins AL, Bond GR, Mueser KT & Macy VR (2010).
Integrating Assertive Community Treatment and Illness Management and Recovery for Consumers with Severe Mental Illness. Community Mental Health Journal 46 (4), 319-329.
Trefwoord: ACT en FACT

Deelnemers aan ACT die ouder zijn, middelen misbruiken en weinig motivatie hebben profiteren psychosociaal minder van ACT dan anderen
Tot nu toe zijn er in Europa nog niet dezelfde effecten van de toepassing van Assertive Community Treatment (ACT) gevonden als in de VS. Toch is modelgetrouwe ACT in o.a. Nederland wel ingevoerd. In deze Nederlandse observationele studie (N=139) werd gekeken wat voor soort patiënten weinig profiteren van ACT door over een periode van drie jaar regelmatig de HoNOS – in totaal 637 assessments- af te nemen. Het blijkt dat middelen misbruiken, een hogere leeftijd hebben, minder opleiding en grote problemen met motivatie hebben duidelijk correleren met hogere HoNOS scores (d.i. slechtere psychosociale uitkomsten). Binnen het ACT-aanbod moet er meer aandacht voor speciale doelgroepen.
Kortrijk HE, Mulder CL, Roosenschoon BJ & Wiersma D (2010). Treatment Outcome in Patients Receiving Assertive Community Treatment. Community Mental Health Journal 46 (4), 330-336
Trefwoord: ACT en FACT

Toepassen van Cognitieve Gedragstherapie (CGT) door alle stafleden van ACT-team is mogelijk en nuttig
Recente evidence-based richtlijnen voor personen met schizofrenie, zoals de NICE richtlijn, bevelen aan dat personen met schizofrenie die nog symptomen hebben, naast psychofarmaca, óók Cognitieve Gedragstherapie (CGT) krijgen aangeboden. In deze retrospectieve Amerikaanse studie wordt verslag gedaan van de resultaten van de training van een heel ACT-team (N=10) – inclusief de HBO-opgeleide hulpverleners zoals verpleegkundigen en casemanagers – in het toepassen van CGT-interventies. De training bestond uit een didactische en experimentele trainingsmodule (13 uur) én individuele supervisie die over een periode van 6 maanden werden gegeven. Het bleek dat de toepassing van CGT-technieken (minimaal 3 sessies CGT) in de patiëntcontacten toenam van 10% vóór de training tot 54% ná de training. De hulpverleners vonden de training nuttig in het beter begrijpen van de problemen van de patiënten en CGT werd toegepast bij problemen met symptomen, leren besluiten te nemen, sociale vaardigheden e.d. In deze studie werd niet gemeten of de patiënten ook op objectieve schalen beter scoorden na toepassing van CGT.
Pinninti NR, Fisher J, Thompson K & Steer R. (2010). Feasibility and Usefulness of Training Assertive Community Treatment Team in Cognitive Behavioral Therapy. Community Mental Health Journal 46 (4), 337-341.
Trefwoord: ACT en FACT

Bij ACT-teams is er weinig verband tussen een modelgetrouwe uitvoering van ACT en het handelen volgens herstel georiënteerde uitgangspunten
Assertive Community Treatment (ACT) heeft twee uiteenlopende doelen: 1. het algemene belang dienen –b.v. door minder opnames na te streven- wat tot dwang kan leiden en 2. personen met een ernstige psychische stoornis optimaal aan de samenleving laten deelnemen, wat direct aansluit bij herstel doelen. In deze Canadese studie wordt gekeken of er een relatie is tussen modelgetrouwe uitvoering van ACT en op herstel gerichte hulpverlening. Recovery werd gemeten met de Recovery Self-Assessment (RSA) schaal bij 1400 cliënten, 241 familieleden , 518 hulpverleners en 67 managers. De modelgetrouwheid werd bij 67 teams met de Darthmouth Assertive Community Treatnment Scale (DACTS) vastgesteld. Het blijkt dat er geen verband is tussen DACTS scores (=modelgetrouwheid) en door cliënten en familie ervaren op herstel gerichte ACT-diensten. Echter: de cliënten ervoeren over het algemeen geen dwang. De auteurs denken dat een andere invulling van het ACT-proces tot een nauwere aansluiting van ACT-praktijk bij recovery doelen kan leiden.
Kidd SA, George L, O’Connell M, Sylvestre J Kirkpatrick H, Browne G & Thabane L (2010). Fidelity and Recovery-Orientation in Assertive Community Treatment. Community Mental Health Journal 46 (4), 342-350
Trefwoord: ACT en FACT

Cliëntenfactoren bepalen grotendeels het succes of het falen van ACT
Assertive Community Treatment (ACT) is bewezen effectief, maar het werkt niet bij iedereen. In deze Amerikaanse studie werd onderzocht hoe hulpverleners (N=25) en cliënten (N=23) behandelsucces en mislukken van ACT definiëren en in hoeverre hun inscghattingen van elkaar afwijken. Alle antwoorden werden in 16 thema’s ingedeeld. Er blijkt een grote overeenkomst tussen de inschatting van de cliënten en de hulpverleners over de belangrijkste oorzaken van succes en falen van ACT. Voor beide groepen geldt dat de belangrijkste oorzaak van succes én falen ligt in cliënt-specifieke factoren zoals mate van assertief gedrag, impulsief gedrag, zich gelukkig voelen en vertrouwen hebben. Succes vinden beide groepen ook gerelateerd aan mate van sociale contacten en of de basisbehoeften (voedsel, huisvesting) zijn vervuld. Vermindering van opnames vinden beide groepen van minder belang voor succes of falen, terwijl ACT expliciet vermindering van opnames nastreeft. De hulpverleners zien –veel meer dan de cliënten- een verband tussen middelenmisbruik en het falen van ACT.
Stull LG, McGrew JH & Salyers MP (2010). Staff and Consumer Perspectives on Defining Treatment Success and Failure in Assertive Community Treatment. Psychiatric Services 61 (9), 929-932.
Trewoord: ACT en FACT

Gerichte bijscholing van ACT-staf leidt tot grote toename van arbeidsparticipatie van ACT-deelnemers
In Amerika is de arbeidsparticipatie van psychiatrische patiënten in ACT-programma’s erg laag. Voor een deel ligt dit aan het feit dat stafleden geen prioriteit aan werk en werkgerelateerde doelen geven. In deze bijdrage wordt verslag gedaan van de effecten van een gerichte training van ACT-stafleden door medewerkers van het Integrated Employment Institute in New Jersey. Een jaar lang werd er twee uur per maand getraind op: 1. Het doen toenemen van het begrip bij stafleden van de relatie tussen werk en herstel; 2. Stafleden in aanraking laten komen met principes en praktijken van effectieve diensten gericht op arbeidstoegeleiding; 3. Ontwikkelen van vaardigheden bij stafleden in het ondersteunen van de deelnemers in het succesvol najagen van hun werkgerelateerde doelen. Het bleek dat na één jaar het aantal cliënten dat regulier betaald werk deed was gestegen van 5% tot 24%. Diensten die met het vinden van werk te maken hebben waren een integraal onderdeel van het ACT-programma geworden.
Gao N &. Dolce JN (2010). A Case Illustration of Strategies to Improve Employment Outcomes Among Individuals Receiving ACT Services. American Journal of Psychiatric Rehabilitation 13 (2), 94-104.
Trefwoord: ACT en FACT

ACT hulpverleners zijn voor voormalige dakloze psychiatrische patiënten de belangrijkste sociale contacten
In 2007 waren er in de VS tussen de 235.000 en 434.00 daklozen. Een groot deel daarvan heeft een ernstige psychische stoornis en/of een verslavingsprobleem. In deze studie wordt door middel van interviews met 22 voormalige daklozen die door een ACT-team worden begeleid onderzocht hoe deze personen sociale steun hebben ervaren vóór, tijdens en na hun dakloze periode. De volgende meetinstrumenten werden gebruikt: de aangepaste Social Support Questionnaire Short Form (SSQSR) en de aangepaste Quality of Relationships Inventory (QRISS). Het blijkt dat de ex-daklozen de kwaliteit van de sociale contacten met de ACT hulpverleners significant hoger waarderen dan die met familie, vrienden of anderen. Opmerkelijk is dat de geïnterviewden de kwaliteit van de sociale contacten met de ACT hulpverleners ook groter vinden dan welke contacten dan ook die ze hadden in de periode dat ze nog niet dakloos waren en tijdens hun dakloze periode. In hun dakloze periode had de helft van de geïnterviewden helemaal geen sociale steun, en als er al een sociaal netwerk was bestond dat voornamelijk uit mede-daklozen.
Carton AD, Young MS & Kelly KM (2010). Changes in Sources and Perceived Quality of Social Supports Among Formerly Homeless Persons Receiving Assertive Community Treatment Services. Community Mental Health Journal 46 (2), 156-163
Trefwoord: ACT en FACT

Intensieve ACT-interventie heeft geen effect op ervaren kwaliteit van leven bij patiënten met een eerste psychose
Deze Deense studie is onderdeel van een RCT waarin de effectiviteit van een speciaal ontwikkelde intensieve psychosociale Assertive Community Treatment (OPUS)-interventie werd onderzocht. De Lancashire Quality of Life Profile (LQoLP) werd bij een groep patiënten met een eerste psychose (N=280) bij het eerste behandelcontact en na twee jaar afgenomen. Eén groep (N=128) kreeg in die twee jaar de OPUS-interventie en de rest (N=127) kreeg de standaard behandeling. De OPUS-interventie bestaat uit ACT, sociale vaardigheidstraining, psycho-educatie en multifamiliaire groepen. Het multidisciplinaire OPUS-team heeft een werkbelasting van 1 op 10, tegenover die van 1 op 25 bij de standaard behandeling. Op de negen domeinen die met de LQoPL worden gemeten werden er na twee jaar geen significante verschillen tussen de twee groepen vast gesteld wat betreft de ervaren kwaliteit van leven. Er werd wel een verband gevonden tussen ervaren kwaliteit van leven en een betere affectieve balans en het hebben van meer zelfwaardering (self esteem).
Thorup, A., Petersen, L., Jeppesen, P., & Nordentoft, M. (2010). The quality of life among first-episode psychotic patients in the opus trial. Schizophrenia Research 116 (1), 27-34.