Mailwisseling Mensenwerk in Fact deel 17 John en Roland

John, warme luisteraar,

Ik praat eerst even onze lezers bij over iets waar wij tweeën de laatste tijd veel over hebben gesproken. In de zomervakantie is mijn moeder overleden. Vrij onverwacht, terwijl we met ons gezin in Amerika rondtoerde. Een enorm akelig verlies, dat hard is aangekomen: in tweeënhalf jaar tijd zijn mijn levens liefste en ik drie van onze vier ouders, toch levensankers, verloren. Als je je laatste ouder na het vijftigste levensjaar verliest, dan klinkt ‘wees worden’ wat vreemd, maar een verweesd gevoel is me zeker overvallen.

Het telefoontje van haar overlijden kreeg ik in de holst van de nacht, op een camping in Utah. Ik stapte de camper uit, en die hyperfocus op omgevingsaspecten -waar mensen die een trauma hebben doorgemaakt zo beeldend over kunnen spreken- viel als een deken over me heen. Zoals de intense waarneming van een gitzwarte hemel met fonkelende sterren, in tinten van opvallend veelsoortig wit, iets wat me nooit eerder was opgevallen. Zoals de diepe mensenstilte van een natuurnacht, enkel onderbroken door de telefonische regelmodus waar wij snel weer in vervielen. We reden daar heel vroeg in de ochtend weg, aangeslagen, we wilden zo snel als mogelijk naar Nederland. Rijdend door dat prachtige landschap, was het licht nog zoekende naar zijn juiste plek. Dat gaf mij de indruk alsof iemand van boven doelbewust met een zaklamp de bergen om ons heen één voor één deed oplichten. Alsof mijn vader ons even te hulp schoot en de snelste weg naar huis uitstippelde.

Als ik het een spiritueel moment noem, dan overdrijf ik, maar zeker is waar dat na het overlijden van mijn moeder er meer ruimte in mijn hoofd is gekomen voor het bovennatuurlijke, een verklaringsmodel waar ik me maar vaak genoeg hartstochtelijk tegen heb verzet. En ik moet je zeggen John, het bevalt me wel, de koude wetenschap af en toe verlaten, het verdagen van meer onzekerheid (een parallel met Open Dialogue) en me meer openstellen voor de gedachte dat sommige ‘dingen’ wellicht niet objectief tastbaar of waarneembaar zijn, maar wel erkenning verdienen.

Ik zou zelfs de voorzichtige duiding willen doen dat het ook wat meer verdieping lijkt te geven in de gesprekken bij dat deel van de cliënten die een ingebakken bijzondere kijk hebben op het leven. Alsof ik -inmiddels een oude, sluwe vos in dit werk- ineens andere dingen hoor in de verhalen die me worden verteld. Ik betrap mijzelf op minder neutrale, minder teflon-achtige antwoorden op de wonderlijke categorie verhalen, die voorheen wat sneller van me afgleden. Het zorgwekkende is: ik dacht altijd dat ik dat al zo goed deed, maar daar twijfel ik nu eigenlijk aan. Zat ik al die tijd toch niet veel te veel vanuit mijn eigen wereldbeeld te luisteren? Is een vleugje spiritualiteit niet een belangrijk ingrediënt in ons vak John? Niet makkelijk of wenselijk om zoiets in hulpverleners ‘te slaan’ natuurlijk, maar als een levensloop opening biedt tot wat meer bovennatuurlijkheid, dan kan ik het van harte aanbevelen.

Ik wil nog een ervaring met je delen. Kort na het overlijden van mijn moeder sprak ik een cliënte. Iemand die ik laagfrequent zie, ik zou willen zeggen vooral als een klankbord voor haar ervaringen. Een fijn mens die af en toe wat extra bevestiging nodig heeft, of eigenlijk vooral wat extra bevestiging zoekt: zij kan meer dan ze denkt, iets dat ik overigens heel vaak bemerk tijdens mijn spreekuur.

Ze begon het gesprek meteen over het overlijden van haar huisdier, waar ze een erg hechte band mee had, een zichtbaar moeilijk verlies. Vanzelfsprekend zat ik meteen bij mijn eigen verdriet over de dood van mijn moeder. Ik raakte gedurende haar verhaal in milde verwarring, want ik wist ook ‘gesprekstechnisch’ even niet meer wat ik moest doen. Ze had zo’n behoefte om haar verhaal te doen, ik wilde haar daar alle ruimte voor geven. Nadat ze die mooi en liefdevol had ingekleurd, een relaas over wat er gebeurd was, over het afscheid etcetera, toen begon ik te twijfelen…. Menselijkerwijs had ik op dat moment het overlijden van mijn moeder graag willen delen, een mooie verbinding in verlies, maar ik wist wat er dan zou gebeuren. Na het hele verhaal over de dood van een huisdier, zou de mededeling van het overlijden van mijn moeder bij haar tot een wegcijferende kramp hebben geleid, zo van ‘jij verliest je moeder en ik begin over mijn huisdier’.

Snap je hoe lastig ik het vond John? Want het is natuurlijk wel zo dat zij naar mij komt voor een gesprek en niet andersom. Het voelde dus niet goed, niet professioneel en ongepast om na haar verhaal, ‘erover heen te gaan’ ofzo met het overlijden van mijn moeder.

Maar het gespreksverloop bleef aan me knagen, want ik wilde ook niet dat zij bijvoorbeeld via een ander kanaal zou horen over de dood mijn moeder. Wellicht zou ze dan kunnen denken: ‘waarom heeft hij dat niet gewoon gezegd?’ Dan word ik gered door een toevalligheidje, of mag ik me als aspirant-spiritualist niet meer op toeval beroepen, haha? In elk geval zag ik haar een week of twee later zitten in de wachtkamer, voor een gesprek met iemand anders. De wachtkamer was helemaal leeg, het was tegen het einde van de dag. Ik ben naast haar gaan zitten en heb haar verteld over mijn verlies en wat me achteraf zo dwars zat over het verloop van ons gesprek. Inderdaad kwam even opborrelen ‘wat erg, en ik maar over mijn huisdier praten’, maar uiteindelijk kon ze mijn worsteling goed begrijpen, leek ze blij en vooral dankbaar over mijn menselijke openheid, en zo vonden we elkaar toch in een gezamenlijk gevoel. Misschien niet meer in een moment van gezamenlijk verdriet, maar des te meer in moment van extra verbinding.

Bedankt voor je steunende woorden na het overlijden van mijn moeder John, wat kwam het mooi uit dat we ter voorbereiding van onze opening van het FACT-congres elkaar wat vaker gezien hebben. Wat was dat trouwens een kadootje om samen te mogen doen, zoveel warme reacties van de deelnemers, dat heeft me goed gedaan.

Mijn moeder las onze stukjes altijd trouw. Jullie twee hebben elkaar ook één keer ontmoet, toen we jaren geleden tijdens een ‘Litera(i)re avond’ van GGz Breburg samen geïnterviewd werden door Coen Verbraak. Na ieder stukje zei ze tegen me dat ze het van jou zo knap vond hoe jij helder en onomwonden schrijft over je eigen ervaringen in de psychiatrie.

Een postuum compliment van mijn moeder speciaal voor jou John, mijn grote werkvriend, zoiets vervult mijn tijdelijke grondtoon van verdriet met een huizenhoog genoegen,

tot snel! Roland

—-

Hoi Roland, man van zoekende naar de juiste frequentie en daarin altijd slagende specialist van kleine en grotere psychische successen bij mensen die dat gewoon nodig hebben,

Misschien Roland een beetje vreemde wijd lopende aanhef maar wat ben ik blij dat ik jou ken! Wat was het een feest de laatste weken om samen zoiets moois neer te zetten op het FACT congres! Het moet bij momenten ook wel lastig geweest zijn zo vlak na het verlies van je moeder. En ik met mijn vader in het ziekenhuis. Gelukkig heb je de kracht om toch positief te blijven. Uit jouw verhaal merk ik dat je reis met de nare wending van deze zomer nog niet afgelopen is. Door het overlijden van je vader en moeder zijn er koffers en bagage bijgekomen die nog gedragen en geopend moeten worden. Of klinkt dit te wazig? De reis kan lastig zijn en toch een bewust proces waarbij je positieve zaken tegenkomt. Aan de andere kant, heftige emoties voelen die je even doen beven. Je vader en moeder hielden veel van jou, zo veel dat ze bijvoorbeeld naar die literaire avond kwamen speciaal voor jou. En dat jouw moeder mij dan zo een compliment geeft is eigenlijk ook een compliment aan jou want je moeder zag ook dat jij als specialist mij de ruimte en het vertrouwen gaf de dingen te doen die ik doe. Dat waardeer ik. Moeders hebben soms indirecte acties maar altijd om hun kinderen te beschermen.

Vroeger toen ik klein was selecteerde mijn moeder toch wie er wel of niet mocht komen spelen. Zo was er een jongen die elke zaterdagochtend aan de deur stond en dan stiekem altijd een Zeeuwse bolus meepikte. Mijn moeder zei gewoon wat ze dacht en toen zag ik ook in dat die jongen alleen maar langskwam om iets bijzonders te eten. Of dat mijn vader zei dat ik terug mocht meppen als ik huilend thuiskwam na een stomp van een ander ventje te hebben gehad. Wat wilde ik zijn als mijn vader; groot en sterk. De wereld kunnen zien door de ogen van je ouders is belangrijk om volwassen te worden. Wat je vertelt over meedelen dat je moeder is overleden in cliëntencontact is er een van op eieren moeten lopen, zeker in jouw positie waarbij je beslissingen moet nemen die ingrijpend kunnen zijn. Het wiebelen van posities als mens en hulpverlener kan lastig zijn. Bij mij is dat toch anders gegaan toen mijn moeder overleden was. Ik had ook meer tijd gekregen om te rouwen dan de korte periode dat jij van de werkvloer was. En het delen van mijn eigen ervaringen is mijn basis van waaruit ik werk.

Voor iemand met psychose is de dood heel lastig. Sommigen geven zichzelf de schuld of oorzaak als een ander overlijdt. Er zijn cliënten die nooit meer herstellen wanneer hun ouders heengaan. Deze ouders hebben een grote functie en rol in iemands leven die dan wegvalt waardoor de leegte moeilijk te vullen is. Sommigen zoeken dag in en dag uit naar de verlossing door de dood wanneer het leven zo veel pijn doet. Ik weet van mezelf dat je de dood ook weg kunt duwen in je gedachten wanneer het te dichtbij komt en net doet of het overlijden van de naaste niet is gebeurd. Op de werkvloer was het soms nog benauwend wanneer een cliënt ineens, toen ik het overlijden van mijn moeder deelde, de gruwelijke dood van een naaste aan mij vertelde. Voordat ik kon zeggen: dit gaan we nu niet bespreken, was het al gebeurd. Of een cliënt die aangaf dat het leven geen zin meer had en dat mijn moeder geluk had. En ook hoorde ik sommigen teruggeven dat ik een goede band met mijn moeder had die zij nooit hadden gehad. Ze gingen dan los over bijvoorbeeld: dominante moeders en agressieve dronken vaders. Daarbij was het confronterend dat een week na het overlijden van mijn moeder ik in een resourcegroep zat waarbij heel de familie nog leefde en zo lief was naar elkaar. Ik kon wel janken, Roland echt waar! Het gemis voelde zo groot.

De gevoelens en gedachten die je hebt in gesprek met mensen voelen nu anders dat herken ik. Het is zoeken naar betekenisvolle contacten en relaties. Want een verlies kan leeg zijn maar ook loutering geven. Er is meer tussen hemel en aarde zoals ik gemerkt heb in mijn psychoses. Maar het bewegen tussen rationeel en spiritueel is nodig om menselijk te kunnen blijven. Dat wist ik rond mijn twintigste nog niet en ik zette me af tegen de Hollandse cultuur van hokjes denken en altijd maar normaal te moeten zijn of gewoon doen. Ik ging volop mee in het anders benaderen van het leven. Daardoor maakten anderen misbruik van mijn houding van openheid en naïviteit. Zo was er een vriend die mij niet psychotisch vond maar mijn symptomen juist als heel bijzonder zag maar niet als gek of afwijkend. Eerst was het een leuk contact maar hij beïnvloedde mij om te minderen met medicatie. Hij zei dat mijn opname onterecht was geweest. Dit verwarde mij. Ik wou het maar al te graag horen en het liep faliekant mis door weer een psychose. Hoewel ik van het spirituele toen uit balans raakte is spiritualiteit nu op andere manieren helpend. Ik ben juist meer gaan investeren in de mensen om mij heen want die zijn belangrijk voor mij. Hechte banden smeden met familie en vrienden. Ze geven me op mijn flikker als ik lang niets van me liet horen. Vooral mijn moeder liet het dan ook duidelijk merken als ik om de een of andere reden een keer een bezoek aan haar uitstelde. Wat was er dan zo belangrijk? Vroeg ze dan vinnig want ze was het er niet mee eens. Ze hamerde er ook altijd op dat ik dingen vol moest blijven houden en niet van obsessie naar obsessie moest rennen. Want ze kende me dat ik alles aan kon maar er ook een potje van kon maken. Ik ben wel iets rustiger geworden.

De familiebanden maken mij wie ben. Ik heb in mijn huis veel aandenken aan mijn moeder en oma’s en opa’s gewoon omdat ik graag tussen die spullen ben. Al die spulletjes hebben een verhaal die mij versterken en rust geven in het leven. Niet altijd ben ik er me van bewust dat waar ik nu sta komt door de zorg en liefde van mijn dierbaren. Gisteren ging ik op bezoek bij mijn vader waar het lichamelijk niet zo goed mee gaat. Ik liet de foto’s zien van het congres en gaf hem het boekje wat jij Roland en ik hebben geschreven. Mijn vader leest graag maar ik weet niet of ons boekje hem nou zo kan bekoren als aannemer in de bouw. Haha…

Roland, wij hebben de laatste tijd besproken dat de reis van het leven zo een andere wending kan nemen. Daarom besloot ik het boekje te geven om dan te weten dat ik alles heb gedeeld met mijn vader. Dat voelt goed.

Trouwens ik vond het oefenen voor onze aftrap van het congres heel gezellig en leuk. Wat hebben we het goed gedaan hè die donderdag? Ik kreeg alleen maar positieve opmerkingen en complimenten.

De dag erna was er het personeelsfeest wat een welkome ontlading was!
Lekker dansen en gezelligheid. Al begreep ik niet waarom er zo veel dansten met een blauwe opblaasdolfijn!

Grote groet John

Praten over zelfmoordgedachten kan anoniem bij 113 Zelfmoordpreventie: chat via www.113.nl, bel 113 of bel gratis 0800-0113.