Deel 20 – Mailwisseling Mensenwerk in Fact doorJohn en Roland

Hey Roland, gewaardeerd mens met zorg-antennes.  Alweer het twintigste deel!!

Daarom wilde ik ons verhaal nu in dichtvorm deze keer doen. Of in een klaagzang. Of gewoon zoals altijd in een vorm die ons past, namelijk verhalend en beschrijvend over onze mening en ervaringen in het werken in/met FACT en GGZ.

Hoe gaat het met jou? Met mij goed want één ding bleef zich in mijn hoofd herhalen: “Wie goed doet goed ontmoet!

De eerste werkdagen na mijn kerstvakantie deed ik het rustig aan. Dat kan in mijn baan maar is niet voor iedereen weggelegd. Want een bakker of productiemedewerker moet gelijk aan de slag. Natuurlijk deed ik wel mijn taken immers ik mag het ook niet verzaken. Maar ik deed het rustig aan. Een paar voorbeelden dan waarin ik die week bijdroeg aan andermans herstel. Zo was er een man met een borderline diagnose met artistiek talent dat zeker wel. Nee, die diagnose kwam niet van mij vandaan. Ik had jaren geleden gezegd die diagnose daar heb je niets aan! Waarop een begeleidster van beschermd wonen mij toen terecht wees. Zij vond dat mijn mening niet recht deed aan de jarenlange strijd van de man wat hij nou eigenlijk mankeert. Ik heb de nodige discussie toen daarbij stil gelaten. Nu vandaag was mijn kans -zonder de begeleidster- om alsnog de herstelvisie uit te baten.

Hij benoemde de spanningen met andere mensen die hem raakte waarbij zijn achterdocht en strijdlust ontwaakte. Ik zag ook hoe hij daaronder leed. Ik dacht goed na over wat ik deed. Dus om hem te helpen dacht ik diep na. Ik legde uit dat emoties in mijn lijf en kop soms ook ver gaan. En dat het vlug geraakt zijn bij mijn kwetsbaarheid hoort. Zo zag ik dat ook bij hem. Hij bedankte me voor deze woorden en het goede gesprek die hem geruststelde. Hij zei: je woorden zijn o zo waar! Het voelde zo goed toen ik naar buiten ging. Na zo’n vakantie is het weer opstarten met huisbezoeken wel een ding. Ik dacht weer: wie goed doet goed ontmoet!

Na de vrije weken rond oud en nieuw en de kerstdagen begon ik me af te vragen of mijn inzet als ervaringsdeskundige er wel doe doet? Ik zie zoveel leed van mensen die onder ons team vallen die blijvend en jarenlang een strijd leveren en er niet uitkomen. Ik pieker me suf hoe ik hen kan helpen. Ik weet dat de maatschappij hard is en meedogenloos voor mensen die niet mee kunnen doen. Het valt niet te rijmen en het is een klaagzang. Geen bedden ter beschikking, of de woningbouw-verenigingen die weinig geduld en compassie betrachtten met mensen die psychisch ziek zijn of aan de drugs geraken. De andere kant zie ik ook; de overlast en onveiligheid door mensen die een terugval doormaken. En niet geholpen willen of kunnen worden. Dat zie ik dichtbij in mijn woonomgeving. Omdat ik bij de GGZ werk heb ik de afgelopen jaren nooit een klacht ingediend over overlast die ik ervoer. Dat voelde niet goed. Ik woon in een achterstandswijk en heb daar eigenlijk alleen maar de voordelen van. Ik ken mijn buren en er is altijd ruimte voor een praatje wanneer ik ze buiten tegenkom. Vorige week heb ik uiteindelijk wel een melding gedaan. Ik denk dat die persoon ermee geholpen wordt als er meer aandacht, steun en begrip voor deze persoon komt. Ik heb er niets meer over gehoord maar ik hoop dat de persoon die hulp en begeleiding krijgt. Daar was het mij om te doen. Als we allemaal wat meer naar elkaar omkijken dan zou de wereld een stuk mooier kunnen zijn. De juiste zorg voor burgers met een kwetsbaarheid is belangrijk.

Veranderingen zoals de herstelvisie om betere zorg te krijgen komen niet altijd van bovenaf maar juist van onderop. Nu de herstelvisie algemeen beleid is maakt dat, onder het mom van eigen regie van de cliënt, er juist bezuinigd wordt op de zorg. Uiteindelijk zit er natuurlijk aan alle zorg een prijskaartje en dat moet betaald worden. De cultuur tegenwoordig dat je moet gaan voor de hoogste prijs als burger is een slecht voorbeeld van ons arbeidsethos. Zoals de verpleegkundigen die zich nu als ZZP’er in laten zetten. Of die net afgestudeerde onervaren jonge ervaringsdeskundigen die hoppen van baan naar baan. De visie vanuit de herstelbeweging wilde een betere positie van de cliënt en een betere zorg die de cliënt humaan zou behandelen. Die herstelvisie wilde zorg waar mensen beter van zouden worden. Het menszijn stond centraal. Helaas is de marktwerking doorgeschoten en krijgt de cliënt vaak te weinig zorg of komt men op lange wachtlijsten. Herstel ondersteunende zorg staat dan op de tocht want dat is iets wat als eerste overboord wordt gegooid als het gaat over geld en poppetjes. Wat kunnen wij van onderop blijven doen om de zorg goed te houden? Deskundigheid en menselijke warmte van de verpleegkundigen en ervaringsdeskundigen zijn belangrijk. De maatschappij zou meer aandacht kunnen schenken aan de psychische uitdagingen waar velen voor staan. Dat de mens met de terugval goed behandeld wordt maar dat juist ook de handen aan bed genoeg aandacht verdienen. Zie jij in de zorg ook nog verbeterpunten, Roland?

Het was toevallig deze week dat al mijn gesprekken goed liepen en ik complimenten kreeg. De mensen leken blij te zijn mij weer te zien na de kerstvakantie. Het simpele bleek: wie goed doet goed ontmoet!

Later ging ik naar een man daar was van alles mee aan de hand. Nee, hij was niet psychotisch wel bang. Hoe moest het nu verder met hem was zijn vraag? Ik zei dat we dat niet opgelost kregen meteen vandaag. We hadden een diep gesprek over leven en dood als in een vloeiende lijn niets om bang voor te zijn. Volgens mij sloten we goed aan bij elkaar zoals dat hoort. Mijn hulp en steun bleek simpel van eenvoud. Juist ruimte maken voor de verwondering en niet alleen over spijt en berouw. Ik praatte recht uit mijn hart dus mijn woorden waren warm. De man bedankte mij meerdere malen en ik bleef kalm al voelde ik me goed. Toen ik de trap naar beneden afliep met nieuw fris gemoed dacht ik weer: wie goed doet goed ontmoet!

Er was die week ook een resourcegroep van een mooie man. Jaren geleden was hij zo in de war en voelde hij zich zwak. Hij wilde niet meer, toch probeerde hij het weer. Uren heb ik naast hem gezeten toen hij in de put zat. Perspectief en hoop heb ik gegeven met alles wat in me zat. Zijn karakter en grote vechtlust sleepten hem er doorheen. De man pakte zijn kansen en werd minder alleen. Vandaag vieren we zijn moed en succes en hij leert mij nu een les. Want hij heeft nog veel plannen nu het beter gaat. Hij zegt nu: Nee, het is nooit te laat om opnieuw te beginnen en te accepteren wat je wel en niet kunt in het leven. Als je het leven maar nieuwe betekenis kunt geven. Het belang van deze resourcegroep is zo groot van hoe het leven toch nieuwe kansen biedt. Ik weet dan dat mijn hulp ertoe doet.  Ik stap buiten en ik denk: Wie goed doet goed ontmoet!

Hoe zie jij dat Roland, hoe kunnen mensen uit de put komen en wat daar volgens jou bij helpt?

Ook mijn boekje “Die gekte zit in ons allemaal” gaat rond en ik krijg leuke reacties. Trots op deze prestatie. Via MT-uitgeverij of webwinkel te koop. Lees het ook! Voor de vakgroep Ervaringsdeskundigheid doe ik ook het een en ander want ik wil dat er binnen de GGZ nog veel verandert. Zo is mijn werk na de vakantie goed gestart. Als ik maar werk vanuit mijn hart. Het verstand gebruik ik dan om ervaringsdeskundigheid goed in te zetten. Ik moet daarbij blijven opletten om de cliënt in zijn kwetsbaarheid en kracht centraal te stellen. Het gaat om zijn unieke proces van herstellen. Als alle ervaringsdeskundigen en mijzelf dat blijven doen zal het beter gaan. Ik heb een wereldbaan!  Het simpele blijkt: wie goed doet goed ontmoet!

Grote groeten John (Heb je de rijm ontdekt?)

                                                           ————————————-

 

John, bijzondere man met bijpassende verhalen,

Goed dat je een rustige start hebt proberen te maken aan het begin van dit jaar. In ons werk zoek je naar verdieping in het contact en naar menselijke verbinding. Empathie, begrip tonen en oprecht luisteren zijn ons hoofdarsenaal. Dat alleen al maakt hulpverleners gevoelig voor een menselijke betrokkenheid die zich moeilijk laat begrenzen in tijd. De intensiteit van het appel dat gedaan wordt op ons, de ongerustheid die je soms voelt wringen in je zorghart, dat resoneert ook na de werkuren door. Overwerken ligt dan op de loer, dus een rustige start vind ik vooral het goed zorgen voor jezelf heel belangrijk.

Ik las je bijdrage, in rijm zelfs her en der, en bleef vooral haken op twee dingen. De ‘klacht’ die je zelf had gedaan en je vraag over hoe de zorg verbeterd kan worden in dit tijdsgewricht van een verharding in de maatschappij en personele tekorten.

Als ik je goed lees heb je geen klacht ingediend, maar betrokkenheid gedeeld. Dat is een wezenlijk verschil. Zelf ben ik liever geen klager, een wat egocentrische activiteit die gericht is op je eigen gelijk, een eenrichtingsverkeer van negatieve energie. Zelfs als je groot gelijk hebt.

Maar wat jij hebt willen beogen met je klacht, is het aanzwengelen van betrokkenheid. En daar ligt de crux. Voor ons als hulpverleners is die betrokkenheid dus lastig in te perken, er is niet een vinkje te zetten waarmee heel zwartwit je gehele taak volbracht is. Maar dat geldt niet voor alle gelederen van onze maatschappij. Op dit moment zit er ongetwijfeld iemand op een kantoor, die met een druk op de knop beslist over kwetsbaar mens, die hij of zij eigenlijk niet kent. Je kent vast die uitdrukking: ‘it takes a village to raise a child’, en zo is het. Lees me goed. Ik ken geweldig betrokken politie-medewerkers, er zijn ontzettend meedenkende woningbouwconsulenten, er zijn super geëngageerde werkgevers. Menselijke betrokkenheid genoeg in de samenleving. Toch valt het me op dat wanneer we beleidsmakers of managers bij elkaar zetten er een andere taal gesproken wordt. Een uithuiszetting is een ‘dossier’ geworden, er wordt veel naar elkaar gekeken, in verhullende taal proef ik de verwijten, naar met name ‘de zorg’. Want die is toch aan zet als iemand zorgbehoevend is? Nee, natuurlijk niet. Niet alleen. We vormen samen ‘our village’. Ik snap echt heel goed dat een woningbouwvereniging met de rug tegen de muur kan staan als enorme overlast niet te doorbreken is. Ik beschouw dat dus ook niet als hun particuliere probleem of verantwoordelijkheid. ‘Our village’ is niet in staat geweest de overlast in te perken. Dat vind ik een veel betere insteek.

Ik vind een uithuiszetting een enorme, levens veranderende stap en vind het eigenlijk onbegrijpelijk dat zo’n vergaand besluit bij één organisatie ligt. Opnieuw, we zouden een ‘village’ moeten zijn, de GGz alleen kan geen overlast oplossen en de woningbouwvereniging niet alleen een woonprobleem.

Aha, denkt de lezer inmiddels, een romanticus met weinig realiteitsbesef. Dat valt heus wel mee, maar ik denk echt dat het anders kan. Dat vraagt wel om een cultuurverandering, om veel meer begrip voor elkaars verankerde verantwoordelijkheden. Voor de jurist van een woningbouwvereniging die een dag met mij mee wil lopen zou ik hoogstpersoonlijk de rode loper uitrollen. Alleen al voor diens vermogen open te staan voor het inzicht: hoe kan ik de proportionaliteit van een uithuiszetting voor mezelf rechtvaardigen, als ik niet weet wie daar woont, wat er achter die deur gaande is, wat de gevolgen van mijn juridisch advies zijn? Zou ik mijn medeburger niet even gewoon moeten spreken, samen met een paar andere bezorgde burgers? Overigens, de getallen laten zien hoe enorm actief woningbouwverenigingen bezig zijn om uithuiszettingen te voorkomen, harstikke goed en een compliment waard.

Ik heb enkel een voorbeeld willen noemen van waar bestaande structuren een hobbel vormen in wat -overschouwend- veel fijner en beter zou zijn: het collectief voelen van verantwoordelijkheid voor elkaar binnen een gemeenschap, in plaats van het afdrukken van wet- en regelgeving op de meest kwetsbare burgers.

Ook belangrijk, mijn inzicht is niet iets nieuws, er zijn gelukkig al langer mooie initiatieven die precies dat probleem adresseren. Wijkteams bijvoorbeeld en allerlei tafels waarin verschillende partners elkaar ontmoeten. Ik ben eigenlijk tamelijk optimistisch, maar de stap die ik dus nog mis is de volgende. Als het echt schuurt, als het lastig wordt, als iedereen onmacht ervaart, dan gebeurt er vaak iets heel geks. Juist dan, als medemenselijkheid zou moeten overwinnen, gebeurt het tegenovergestelde: de informele deuren worden één voor één gesloten en het enige pad dat overblijft is doodlopend en geplaveid met harde regels en interne verantwoording.

Ik moet naar aanleiding van jouw poëtische verhaalvorm denken aan een dichtregel van Henriëtte Roland Holst. In haar nestelde het tegengestelde krachtenspel dat wij ook zo vaak zien bij onze cliënten: een sterke persoonlijkheid, maar ook een getroebleerde ziel die veel psychisch leed heeft moeten doorstaan.

Honderd jaar geleden schreef zij een dichtregel die je een paar keer achter elkaar moet lezen (ik zal even helpen) en die naadloos van toepassing is op deze bijdrage en onze onverminderde overtuiging.

“De zachte krachten zullen zeker winnen. De zachte krachten zullen zeker winnen. De zachte krachten zullen zeker winnen.”

groet! Roland