Deel 22 Mailwisseling Mensenwerk in Fact John en Roland

 John, wandelend herstelhart,

Tijdens mijn studie geneeskunde had ik een eerste kennismaking met het vak ‘psychiatrie’. Voor de collegebanken stond een man die de indruk wekte zich ver buiten zijn natuurlijke habitat te bevinden. Dat vond ik op zichzelf al heel leuk. Alsof zijn aanwezigheid de resultante was van een verloren weddenschap met iemand die eigenlijk ingepland was om college te geven. Hij oogde als een brave accountant en sprak met een mooi vleugje melancholie in de stem. Iets te hoogdravend vond ik het allemaal wel. Het type dokter dat meent middels een ernstige préséance een surplus aan kennis en kunde uit te stralen, terwijl het juist mijn ervaring is dat vakmanschap veel beter vaart op de golven van zelfrelativering en mildheid.

Hij vertelde wel een mooi verhaal over mensen met dwang. In het bijzonder een stukje self-disclosure avant la lettre. Nodeloos openstaande deuren verdroeg hij maar moeizaam, zo vertelde hij. Een deur moest bij grote voorkeur altijd volledig gesloten zijn, vooral de aanblik van een tegendraads kiertje gaf hem een gevoel van onbehagen. Dat begreep ik meteen. Ik ben fameus rommelig van aard, maar je zult van mij geen rustende paar schoenen vinden die niet beide netjes parallel naast elkaar zijn gepositioneerd. Als een der kinderen met hun voorkeurswapen -de schooltas- mijn schoenencompositie verstoort, corrigeer ik deze geduldig, zonder uitzondering en met een milde zucht, overigens meer naar mezelf gericht dan naar de puberdader. Het is immers mijn eigenaardigheid. Het in de hoek pleuren van een schooltas door een jonge, ongedurige geest die zes uur lang aan eindeloze schoolprojecten heeft moeten werken, terwijl de hormoonbalans zoveel leukere ideeën had, daar lijkt me in elk geval weinig vreemds aan.

De realisatie dat ik zelf ook een stapel aan eigenaardigheden met me meedraag is voor mij heel belangrijk in hoe ik naar onze cliënten kijk. Zij zijn bij ons team onder behandeling omdat een zekere eigenzinnigheid op een bepaald moment is doorgeschoten tot een gezondheidsprobleem. Niet iedereen vindt dat fijn om te horen, maar in medisch-psychiatrische zin hebben zij een stoornis ontwikkeld: een doorgeslagen eigenaardigheid die geleid heeft tot een belemmering in het functioneren of in de kwaliteit van leven.

Mag het als zijpad nog één keer gaan over de term stoornis? Ik lees de laatste tijd weer meer over het pleidooi om binnen de GGz vaker te spreken over ‘menselijke variatie’ in plaats van over ziekte of stoornis. In feite het spanningsveld waar wij al vaker over schreven, die schijnbare tegenstrijd tussen medisch-model-denken en herstel ondersteunende zorg.

Ik omarm innig het idee om psychische lijden holistisch te benaderen en veel meer aandacht te hebben voor zingeving, betekenisvolle relaties en aspecten zoals het verdagen van onzekerheid. Ik vind dat in deze tijd zelfs niet eens meer aan discussie onderhevig.

Maar ik benadruk nog maar eens een keer dat een holistische kijk op psychische klachten óók neurobiologische elementen bevat. Het afgelopen half jaar heb ik een aantal voorconsultaties gedaan bij jonge mensen met een euthanasiewens. Het is hartverscheurend om mee te voelen hoe jonge mensen al zo langdurig en indringend kunnen lijden. De enige passende erkenning voor die levenspijn lijkt mij een kijk op de mens die geen enkele visie uitsluit. Voor mij is het spreken over ‘menselijke variatie’ dus te vaak veel te eufemistisch voor het lijden dat ik empathisch meevoel in de spreekkamer. Dat zijn toch echt mensen die -gelukkig zelden permanent- lijden aan een ziekte of een stoornis en die heel terecht de duiding van ‘menselijke variatie’ zelfs als beledigend zouden kunnen ervaren.

Herstel ondersteunende zorg, dat is in zichzelf al zoiets schitterends John, zo’n krachtig instrument, daar is helemaal geen geforceerde terminologie voor nodig. Een tijdje geleden voerde ik (niet voor het eerst) voor een cliënt een medicatie-technische behandeling uit op voorstel van het academische ziekenhuis, waar een second opinion had plaatsgevonden. Het gedeeltelijke succes van die interventie creëerde de voorwaarden voor deze cliënt om met onze hulp weer aan zijn herstel te kunnen werken. Kijk dat is een nou een heel mooi staaltje ‘hybride’ en eigentijdse psychiatrische zorg dat mij met werkplezier vervult en al dat gepraat over GGz behandelmodellen tot wissewasjes terugbrengt.

Terug naar die menselijke eigenaardigheden. Wat ik altijd moeilijk vind om te zien is dat na een forse psychose alle gedragingen van onze cliënten bij hun naasten nogal eens onder een vergrootglas komen. Ik kan het natuurlijk wel goed begrijpen. Maar stel dat een bezorgde vader mij morgen zou vertellen dat zijn net herstelde zoon zo onrustig wordt van over elkaar buitelende schoenen, en of dat niet heel vreemd en zorgwekkend is, dan snap jij wel hoe snel ik die bezorgdheid zou willen ontzenuwen. Mijn kinderen zouden er fijntjes op kunnen wijzen dat mijnheer de psychiater immers precies dezelfde eigenaardigheid in zich meedraagt. Ieder mens is onder die zichtbare ijsberg aan gedragingen bovenal een vat van tegenstrijdigheden en een optelsom van eigenaardigheden. Dat heeft niets met een stoornis te maken, dat is de aard van ons menszijn, dat zijn de werkelijke menselijke variaties die het leven juist vaak ook zo mooi maken. Dus voel ik me in de spreekkamer even vaak de hoeder en pleitbezorger van normaliteit als de behandelaar van die plekken in iemand psyche, die steun en aandacht behoeven.

De trouwe lezer weet hoe ik sinds enige tijd geen groot gelover meer ben in het toeval. Terwijl ik aan dit stukje werk, luistert een der vier dochters naast me naar Paolo Nutini’s hitje van jaren geleden, New Shoes. Ik hoor het echt goed. Mijn oog valt als vanzelf op de slippers in de hoek van de kamer die gelukkig netjes parallel zijn geordend.

In zijn tekst hoor ik ineens een herstelanalogie, een droomwens voor al onze cliënten die het nu even moeilijk hebben en weer een nieuwe start verdienen. ‘I put some new shoes on and suddenly everything’s right’ zingt hij. En dan zingt mijn dochter, niet gehinderd door de juiste toonhoogte of enige kennis van ons mooie vak, waar het eigenlijk om draait in het leven, ‘take me wandering through these streets, where bright lights and angels meet’. Een prachtig moment.

Tot schrijfsnel weer fijne man,

je eigenaardige Roland

                                                                           ———————-

Dag Roland eigenaardige scheepsman in rustige en onrustige wateren,

Wat fijn dat je gezinsleven niet lijdt onder je eigenaardige streken (positief bedoeld) en dat je er weet van hebt dat dit bij mensen met een aandoening anders kan lopen. Ik vind het knap dat je zo een goed stabiel gezinsleven hebt wat mij niet altijd was gegund. Ik weet dat jij daar veel in investeert. Klasse dat je er bent voor je kinderen! Dat van die schoenen is een goed voorbeeld hoe het bij jou werkt hoewel je dochters daar anders over denken. Wat bij anderen een strijd oplevert over hoe de schoenen moeten worden weggezet, wie er kookt, wie de afwas doet, wie het vuil buitenzet, dat het huishoudboekje kloppend moet blijven. Allemaal zaken die stress op kunnen leveren en een relatie tussen gezinsleden kunnen verzieken. Voor mij is het belangrijk dat je dit soort dingen bespreekbaar maakt anders gaan er dingen (of servies) stuk. Zo zie ik vaak dat cliënten er alleen voor staan in hun stress en dat juist de rest van het gezin of systeem hun verantwoording niet oppakken. Vaak hoor ik van cliënten dat de stress die ze hebben ervaren of nog steeds voelen hun is aangedaan door anderen en ze nu ten onrechte zelf met de gebakken peren van de psychosegevoeligheid zitten. Het gaat vaak om familietrauma’s en meestal is de sleur van alledag fnuikend die altijd weer terugkomt. Een bazige collega, een dominante moeder. Of een somberheid die maar niet overgaat gewoon omdat alles zo negatief is en er geen einde aan de pijn komt. Het kost veel moed om uit bepaalde situaties te stappen zoals: gepest worden op school, de voortdurende druk op het werk, een relatie hebben die niet loopt. In mijn leven heb ik ook veel nare situaties gekend. Ik bleef in de voor mij stresserende situatie klemzitten en wist niet hoe eruit te komen. Ik kon maar niet voor mezelf opkomen zoals bij de aanloop naar mijn laatste psychose bleek. Het ging slechter en slechter. Al zou mijn psychose juist de ontsnapping zijn uit een nare situatie en dat was vreemd genoeg al vaker gebeurd.

Op de kliniek waar ik opgenomen was kwamen mijn moeder en zus op bezoek. Mijn zus sneed aan dat het voor mijn toenmalige partner ook niet gemakkelijk was dat ik in de war was geraakt. Dat vond ik wel moeilijk dat mijn zus hierover begon. Ik vond juist dat ik wel goed gehandeld had door hem duidelijk te maken dat het nu niet meer goed kwam tussen ons en ik de relatie verbrak. Ik had al maanden en weken ervoor dit besluit voor me uitgeschoven want ik ging me steeds meer irriteren aan hem. Zo lag hij op de bank languit uren tv te kijken terwijl ik graag een zinnig en gezellig gesprek wilde voeren. Ook leken we elkaar steeds meer als gewoon te zien waardoor voor mij het speciale van de relatie eruit was. We begrepen elkaar steeds slechter. Terwijl ik verder achteruitging door mijn zoveelste eigenwijze afbouw van het broodnodige antipsychoticum viel hij terug in lange weekenden vol drank en verzwegen drugs. Ik kon maar geen besluit en daadkracht opbrengen om hem uit mijn woning te zetten. Dan was ik weer alleen. Ik wilde hem geen pijn of verdriet doen maar ik vergat mezelf. Het rare was dat ik hem wel de waarheid kon zeggen toen ik in de psychose kwam. Samen met een hulpverlener pakte ik al zijn spullen in zodat hij ze op kon halen nadat ik hem kordaat had buitengezet. Het was duidelijk dat hij niets van de situatie begreep voor hem was het allemaal zo plotseling en abrupt. Voor mij was het een opluchting dat dit zo gemakkelijk ging al was het ook dubbel want ik voelde nog veel voor hem. Ik kon mijn zus pas later vertellen hoe het echt was gegaan.

Het was vreemd dat mijn toenmalige partner niet doorhad dat het met mij al lange tijd niet goed ging. Ik kan blijkbaar goed overkomen naar buiten toe ondanks het in mijn hoofd en ziel erg stormt. Dit maakt me wel bang over welke signalen er zijn die de andere en ik niet kunnen zien als het misloopt. Is het ook niet zo dat een psychotische manier van denken of handelen soms beter is dan de gewone neutrale manier van zijn? Is de maatschappij soms niet vreemd en beangstigend voor iedereen en daar op je eigen manier op reageren je sterk houdt? Aan de andere kant is het leven met de aandoening zwaar, dat is zeker waar.

Je vertelt over de naasten van cliënten die problemen zien bij de cliënt terwijl het in onze ogen gewoon gezond gedrag kan zijn. Mijn familie had me liever dichtbij en hielp mij met wat ze kon want die oude psychiatrie had mij gereduceerd tot schizofreen. Ondanks de zware stempel heeft mijn familie me in mijn persoonlijk herstelproces altijd vrijgelaten. Soms wel met de strekking: “Zou je dat nou wel zo doen?” als ik een bepaalde keuze ging maken. Maar niets vervelend, ze lieten mij mijn gang gaan met af en toe een sturing. Alleen heb ik hen wel gemist op bepaalde momenten maar als ik terugkijk waren ze er toch altijd. Ik ben blij dat ze geen hotline hadden met mijn hulpverleners. Ze vertrouwden er iedere keer weer op dat het wel goed kwam met mij. Dit bleek heel belangrijk in mijn ontwikkeling daarna want daarmee gaven ze aan dat ik zelf de sleutel had tot mijn herstel! Los van mijn moeilijke jeugd maar dat heb ik een plek kunnen geven met de jaren. Ik zie bij jonge mensen dat die nog niet zo goed kunnen relativeren of terugkijken dat waar ze nu staan ook al een hele prestatie is. Ik kreeg op mijn opleiding tot verpleegkundige les in de psychiatrie toen ik in de twintig was. Ik zat onder het angstzweet tijdens deze les van mijn kruin tot aan mijn tenen. Ik was bang dat mijn klasgenoten dit zouden merken. Dus zat ik met mijn armen gesloten en keek niet naar de klas maar naar het bord. De docent vertelde over alle stoornissen en aandoeningen. En Roland, ik herkende ze allemaal want ik had ze geleefd of meegeleefd! Na de les vroeg ik aan de docent of ik iets mocht vragen. Ik wachtte tot alle klasgenoten weg waren. Mijn vraag die ik nerveus en beladen stelde was: Als je psychoses hebt gehad gaat je intelligentie dan achteruit? De docent zei dat je intelligentie niet minder wordt als je een psychose hebt meegemaakt. Wel kun je door de aandoening minder goed tegen stress en kun je vaak minder goed organiseren. Er viel een pak van mijn hart al was het vreemd te horen dat je vaker in je leven psychoses kunt krijgen. Ik dacht naïef dat ik mijn portie wel had gehad. Hoe zeer je ook hersteld bent die gevoelige plek is er altijd en dat wist ik al. Immers de gevoeligheid blijft. Ik vroeg de docent over de intelligentie omdat ik door de psychose twijfelde aan mijn waarnemingsvermogen en realiteitsbesef want ook als de psychose voorbij was vond ik de wereld in en om me heen zo verwarrend. De les van de docent was nog wel veel in hokjes denken geweest. Wat betreft de term menselijke variatie nu is dat toch weer een manier om mensen in hokjes onder te verdelen maar dan met een modern sausje. Waarom kan de maatschappij niet begrijpen dat psychisch lijden heel ernstig is en dat dit je overkomt en je niet anders bent dan de anderen? Wel is de aanleg verschillend waardoor iemand eerder bepaalde klachten wel of niet ontwikkelt. Toch kun je hiermee nog alle rollen in de maatschappij vervullen. Als je maar weet wat je zwakke en sterke kanten zijn, zoals een ieder dat heeft. Ouders of partners van mensen met welke aandoening dan ook zouden kunnen vertrouwen op de kracht die er in ieder mens zit. Het feit dat de natuur altijd vanzelf herstelt wat mijn oude wijze buurvrouw me vertelde toen ik na mijn eerste psychose thuis bij mijn familie kwam. Alleen het herstelt zich niet altijd naar het oude niveau maar naar het meest haalbare heb ik later geleerd. Nu na drie weken vakantie ben ik uitgerust! De bezoeken vol humor en oude verhalen aan vrienden en familie deden mij goed. Het is altijd lachen om mijn eigen stommiteiten die anderen zo grappig vinden zoals: een doosje chocolade in mijn broekzak bewaren waardoor alles natuurlijk onder de chocolade zat. Waarom ik dit zo had gedaan weet ik niet meer. Het meenemen uit de garderobe van een restaurant van een paar gekke hoedjes van andere gasten. Wat ik er nou eigenlijk mee moest weet ik niet meer. Ik was tien jaar oud. Zo ging het maar door.

Leuk, want ik moet mezelf niet altijd serieus nemen!

Ik ben verder opgeladen door het uitslapen, tweedehandswinkels bezoeken, colbertjesjacht, koffie drinken op de Grote markt, lunchen bij Sunshine, treinreis naar Zeeland, logeren in geboortedorp, naar het strand en het meer. Het voorbereiden voor de Master ervaringsdeskundige die ik ga volgen waar ik vele reacties op kreeg op LinkedIn!

Mijn tante van in de tachtig die belde dat ze ons boekje Mensenwerk aan het lezen was en al bij bladzijde 60 was en dit zo mooi en bijzonder vond en die zei: Doe je de groeten aan Roland?

Dus nogmaals de groeten!  Tot op het werk!

John in vakantiemodus.