Met (F)ACT voelen LVB-cliënten zich gehoord en gezien, als mens – van Laura Neijmeijer (promotie)

Hoe kun je mensen met een licht verstandelijke beperking én bijkomende gedragsproblemen het best helpen? Onderzoeker en verpleegkundige Laura Neijmeijer wilde meer weten over (F)ACT LVB, een behandelmethode die relatief nieuw is in de verstandelijk gehandicaptenzorg. Ze deed een uniek onderzoek waarbij 280 cliënten over een langere tijd werden gevolgd. Dat leverde veel informatie over cliënten op – én uitkomsten waar (F)ACT-teams veel aan hebben. Laura: “De behandeling zet zoden aan de dijk, maar niet alle problemen verdwijnen.

(F)ACT-teams bieden intensieve (bemoei)zorg aan mensen met problemen op allerlei gebieden. Dat is precies waarom (F)ACT bij mensen met een LVB  zo goed werkt. Robert Didden, die als onderzoeker en promotor bij het onderzoek was betrokken: “Mensen met een LVB en gedragsproblemen vallen vaak tussen wal en schip. De GGZ vindt ze te verslaafd, voor de VG zijn ze te psychiatrisch en de verslavingszorg vindt ze niet gemotiveerd genoeg. (F)ACT-teams werken op het snijvlak van verschillende sectoren. Bovendien slaan ze een brug tussen klinische en ambulante zorg”.  Laura vult aan: “(F)ACT-teams bieden proactieve behandeling en begeleiding in de thuissituatie, en bereiken daardoor mensen die uit zichzelf niet zo snel hulp zouden zoeken of zelfs zorgmijdend zijn, terwijl ze wel zorg nódig hebben. Daarmee kan vaak erger worden voorkomen”.

Onstabiel  
Op 7 september ’20 promoveerde Laura bij de Radboud Universiteit in Nijmegen, wat betekent dat ze zich nu doctor in de wetenschap mag noemen. De afgelopen jaren werkte ze veel met (F)ACT-teams samen en sinds begin dit jaar werkt ze als verpleegkundige in het FACT-team in Zwolle. “Je hoort en ziet echt niet alleen maar succesverhalen. Vaak speelt er van alles tegelijk bij LVB-cliënten met gedragsproblemen. Ze zijn vaak onstabiel. Zet je de ene week een stap vooruit, dan zet je de week erna weer een stap achteruit. Van het team vraagt dat veel doorzettingsvermogen, flexibiliteit en creativiteit. Dat zij de caseload kunnen delen, helpt daar erg bij.”

Praktische ondersteuning
Een belangrijke eigenschap van (F)ACT is dat verschillende soorten hulpverleners samenwerken in een team. Zoals een verpleegkundige, een maatschappelijk werker, een psychiater en een psycholoog. “Samen geven zij de cliënt praktische ondersteuning. Bijvoorbeeld bij het op orde krijgen van financiën of bij contacten met instanties. Daarnaast doen ze diagnostisch onderzoek, geven ze bijvoorbeeld EMDR-behandelingen en helpen ze met medicijnen. (F)ACT-LVB-teams staan dus écht op het snijvlak van verschillende sectoren. Ze kijken met een brede blik naar de cliënt. Dat is hard nodig, omdat de cliënt vaak al allerlei hulpverlening gehad heeft, met de daarbij horende stempels. Maar vaak zie je dat deze mensen al heel lang overvraagd zijn. Dat zij hun problemen niet goed op kunnen lossen, of snel boos worden of zelfs psychotisch, is dan geen wonder.”

Sommige problemen blijven
(F)ACT zet uiteindelijk zoden aan de dijk, blijkt uit de onderzoeksresultaten. Na een tijdje gaat het beter met cliënten: hun totaalscore op HoNOS-LD (een instrument om het sociaal en psychisch functioneren te meten) is verbeterd, de woonomstandigheden zijn beter en de cliënten zorgen voor minder sociale overlast. Ook hebben ze minder vaak te maken met politie en justitie en worden ze minder vaak opgenomen. Toch verdwijnen niet al hun problemen. “Werk en financiën op orde hebben blijft lastig voor ze. En vaak blijven ze middelen gebruiken (zoals drugs of alcohol): dat is een hardnekkig probleem bij deze doelgroep.” Robert Didden: “(F)ACT is geen wondermiddel, maar het kan voor veel cliënten uitkomst bieden.”

Waardevolle informatie
De resultaten uit het onderzoek kwamen niet alleen naar voren door naar de cijfers te kijken. Laura: “Een mooi onderdeel van mijn promotie vond ik de interviews die ik gehouden heb met cliënten. Cliënten met een (licht) verstandelijke beperking worden meestal maar weinig betrokken bij evaluatieonderzoek. En dat terwijl deze interviews waardevolle informatie hebben opgeleverd. Zo hebben cliënten het gevoel dat ze altijd bij de (F)ACT-hulpverleners terecht kunnen. Ze voelen zich gehoord en gezien, niet als cliënt, maar als mens. En ook hulpverleners laten zich zien als mens. Ik denk dat dat een van de redenen is dat (F)ACT-LVB zo goed werkt.”

Meer weten?
Wil je meer lezen over het onderzoek van Laura Neijmeijer? Lees haar interview in het (F)ACT LVB magazine van de Borg (pagina 8 t/m 12), waar je ook een overzicht van de onderzoeksresultaten vindt.